Deze Albanese bunkers waren ooit geheim, nu zijn het musea

27-03-2021 08:00

Categorie: Reizen

Deze Albanese bunkers waren ooit geheim, nu zijn het musea

Foto: Yasamin Varzideh, Redactie: Benjamin Varzideh

 

Met creatieve ideeën en kunst bevrijdt de bruisende hoofdstad van Albanië, Tirana, zich steeds verder van zijn stalinistische verleden.

 

In veel voormalige Oostbloklanden werden de megalomane bouwwerken en militaire infrastructuur uit de tijd van de Koude Oorlog al snel na de val van de Berlijnse Muur met de grond gelijkgemaakt of vergeten. Maar in Tirana, de door bergen omlijste hoofdstad van Albanië, koos het stadsbestuur samen met kunstenaars voor een levendiger en ongebruikelijker manier om jaren van dictatuur en economische malaise achter zich te laten.

 

In de stad zijn grijze en vervallen stadspaleizen uit de Ottomaanse tijd nu in feloranje en gele tinten geschilderd en dienen grauwe stalinistische flatgebouwen als reusachtige canvassen voor juweelachtige kubistische muurschilderingen en regenboogstrepen. Dat is grotendeels te danken aan ex-burgemeester Edi Rama, een schilder die politicus werd en nu premier van het land is. Hij begon in 2000 aan een algehele opknapbeurt van zijn stad, waarbij kunstenaars de façades van gebouwen beschilderden en gemeentewerkers 55.000 bomen en struiken in de openbare ruimten van de stad plantten.

“Toen je overal die kleuren begon te zien, begon zich een geest van verandering van de mensen meester te maken,” zei Rama eerder in een TED Talk. “Het deed de hoop herleven die in mijn stad verloren was gegaan.” Bewoners en toeristen maken nu selfies met de regenboogfaçades op de achtergrond en het stadsbestuur beweert dat de schilderbeurt heeft bijgedragen aan een daling van de criminaliteit en het creëren van een lokaal gevoel van trots.

 

Openbare kunstwerken en muurschilderingen zijn niet de enige positieve ontwikkelingen waarmee de hoofdstad van dit kleine Balkanland zich van de stalinistische dictatuur van weleer probeert los te maken. Rond Tirana zijn voormalige bunkers omgetoverd in historische musea terwijl het in wijken die ooit voor het partijapparaat waren gereserveerd, nu wemelt van de kunstgaleries. 

 

Paranoïde dictator

Zo’n twintig jaar geleden was het meest gebruikelijke souvenir dat iemand van een bezoek aan Tirana mee naar huis bracht, niet een selfie tegen de achtergrond van een kleurrijk gebouw maar zeer waarschijnlijk een asbak van albast in de vorm van een Koude Oorlog-bunker. De miniatuurversies van deze kleine koepelbunkers waren grimmige herinneringen aan de dictatuur van Enver Hoxha en de ruim 173.000 bunkerët die hij in Albanië en de hoofdstad liet bouwen.

 

De wrede en paranoïde Hoxha, die van 1944 tot zijn dood in 1985 aan de macht was, geloofde dat de buurlanden Griekenland en Joegoslavië en zelfs diverse Oostbloklanden van plan waren om Albanië binnen te vallen. Dus liet hij van de jaren zestig tot in de vroege jaren tachtig in het hele land tienduizenden betonnen bunkers aanleggen. De bouwwerkjes variëren van veredelde tweepersoons-iglo’s tot gedeeltelijk ondergrondse bunkers met meerdere vertrekken. (De recente documentaire Mushrooms of Concrete geeft een idee van de omvang van dit programma van ‘bunkerisering’.)

Koude Oorlog-paddenstoelen

Het meest grootschalige hergebruik van deze apocalyptische bouwwerkjes is Bunk’Art, een tweetal musea voor geschiedenis en kunst in twee voormalige atoomschuilkelders die voor Hoxha en zijn aanhangers werden gebouwd. In grimmige en vensterloze vertrekken, met dikke stalen deuren die de partijbonzen tegen een kernexplosie moesten beschermen, zijn nu video-installaties, museumstukken en ook hedendaagse kunst te zien. Het museumgedeelte belicht de twintigste-eeuwse geschiedenis van Albanië, waaronder de communistische tijd en ook de voorafgaande periode waarin het land was bezet door het fascistische Italië. De enige voorwerpen uit de communistische tijd waren die duizenden bunkers die over het hele land verspreid lagen, als paddenstoelen van beton,” zegt Carlo Bollino, een in Italië geboren en in Albanië woonachtige journalist die in 2014 een van de oprichters van Bunk’Art was.

Een tunnel die in de bergen buiten de Albanese hoofdstad Tirana werd uitgehakt, geeft toegang tot Bunk’Art 1, een museum en cultuurcentrum. De beide Bunk’Arts, de ene in een buitenwijk van Tirana, de andere in het centrum tonen een eclectische mix van geschiedenis en kunst. Bij de ingang van Bunk’Art 2 in het centrum zijn verbleekte foto’s van Albanezen te zien die door het stalinistische regime werden vermoord, terwijl op de geluidsinstallatie de herdenking van deze slachtoffers door hun nabestaanden is te horen. “De Albanezen hebben een sterke band met het hervertellen van hun verleden,” zegt Driant Zeneli, een videokunstenaar uit Tirana die werk in Bunk’Art exposeert.

Omdat kunstenaars in Albanië zich pas na de val van het communisme in 1990 vrijelijk konden uiten, heeft Zeneli het gevoel dat zijn land bezig is aan een inhaalslag. “Tegenwoordig is Albanië een plek van grote ideeën en veel energie, met kunstenaars die de overgang vanuit een langdurige dictatuur naar kunst vertalen. Zij willen deze overblijfselen gebruiken om licht te werpen op een periode die werd gekenmerkt door werkkampen en de wrede ondervragingstechnieken van de geheime politie van Albanië, de Sigurimi. “Er is geen herdenkingsbeleid, het Albanese ministerie van Cultuur is niet bereid om de stalinistische erfenis onder ogen te zien en er wordt niet doelgericht nagedacht over wat er met deze bunkers moet gebeuren,” zegt Ivo Krug, medeoprichter van Tek Bunkeri, een ngo in Tirana die zich inzet voor het hergebruik van de bunkers en het stimuleren van het platteland.

In 2017 toverde de groep een oude betontunnel buiten Tirana om in een provisorisch kunst- en cultuurcentrum en probeert nu om een historisch museum in te richten in de reusachtige schuilkelder van Vlora, een Werelderfgoed in het westen van Albanië. In oudere wijken als Pazari i Ri en Ali Demi trekken gebouwen in felle kleuren nu toeristen, terwijl overal in de stad muurschilderingen zijn ontstaan die in de communistische tijd zouden zijn verboden. Tot de millenniumwisseling was “kleur in de openbare ruimte vrijwel afwezig, maar sindsdien zijn, dag na dag, reusachtige groene bladeren, geometrische vormen, stippen en woorden op de façades van gebouwen opgedoken,” zegt de Albanese kunstenares Ledia Konstandini, die de veranderingen in haar stad aan de hand van illustraties en foto’s heeft vastgelegd. Tegen de achtergrond van de Namazgja-moskee zit een man in een park in het centrum van Tirana.

Niet ver van het centrale Skanderbegplein wordt in het Nationale Kunstmuseum het verleden en heden van Albanië verweven. Een paar straten in zuidelijke richting staat nog een ander vervallen symbool van Albanië’s communistische verleden, de Piramide van Tirana, die in 1988 werd opgericht als eerbetoon aan Hoxha. Zoals bij de meeste ingrepen op historische plekken in Tirana heeft ook de renovatie van de Piramide tot de nodige controverse geleid. “Als kunstenaar geloof ik in de lokale architectuurtaal van een stad, en ik denk dat Tirana nu bezig is zich een nieuwe taal eigen te maken om zijn stadsleven en temperament te kunnen uiten.