Jaagde het 'riviermonster' Spinosaurus als een ooievaar?

08-02-2021 08:00

Categorie: Wetenschap

Jaagde het 'riviermonster' Spinosaurus als een ooievaar?

Foto: Chantal Schoumacher, Redactie: Enya van der Molen

 

De hypothese dat de angstaanjagende, vijftien meter lange dinosauriër zijn prooi onder water kon achtervolgen, wordt in een nieuwe studie weersproken.

 

Ruim 95 miljoen jaar nadat hij rivierenstelsels in Noord-Afrika onveilig maakte, zorgt de kolossale roofdinosauriër Spinosaurus nog steeds voor ophef ditmaal in de vorm van een al lang lopend wetenschappelijk debat over de vraag hoe het dier eigenlijk leefde en jaagde.


Vorig jaar stelden wetenschappers dat Spinosaurus, een vijftien meter lang roofdier met beenplaten en een twee meter hoog ‘zeil’ op zijn rug, een “riviermonster” was dat al zwemmend op zijn prooi kon jagen. Maar in een nieuw onderzoek dat eergisteren in het tijdschrift Paleontologia Electronica is verschenen, wordt dit beeld weersproken door twee van de meest vooraanstaande experts op het gebied van de spinosauriden, de groep waartoe Spinosaurus en verwante soorten behoren.


Op grond van de anatomische gegevens die we van het dier hebben, komen zij tot een heel ander beeld, namelijk dat Spinosaurus veeleer een alleskunner was die zijn snuit in het water stak om vissen te verschalken, een beetje zoals moderne reigers en ooievaars dat doen.


Spinosaurus leefde zowel op land als aan en in het water. Diverse chemische aanwijzingen uit delen van de anatomie van het dier, van afzonderlijke tanden tot het kaakbeen van de dinosauriër, tonen aan dat Spinosaurus zich vaak voedde met vis en prooidieren aan de waterkant. Maar uit andere fossielen blijkt dat de spinosauriden ook geen been zagen in het verorberen van dinosauriërs die op land leefden en zelfs van pterosauriërs. Bovendien zouden de embryo’s van Spinosaurus in hun eieren zijn verdronken als ze onder water zouden hebben gelegen, wat betekent dat het dier op z’n minst aan land moet zijn gegaan om er zijn eieren te leggen.

Hardnekkig mysterie
Het feit dat wetenschappers het niet eens worden over de precieze levenswijze en het gedrag van Spinosaurus, is niet verrassend. Dat probleem is kenmerkend voor de interpretaties die paleontologen noodzakelijkerwijs moeten opstellen. Ze hebben de beschikking over een beperkt aantal gefragmenteerde fossielen om mee te werken, en zonder de luxe van een tijdmachine is het moeilijk om te bepalen wie er gelijk heeft.


Wat de uitdaging nog groter maakt, is het feit dat Spinosaurus wel een heel mysterieus wezen is. Zelfs voor dinosauriërs is het dier tamelijk bizar en niet te vergelijken met enig modern wezen op aarde: een vijftien meter lang roofdier, met beenplaten en een twee meter hoog ‘zeil’ op zijn rug. Bovendien hebben wetenschappers niet langer toegang tot enkele zeer belangrijke bewijsstukken. De oorspronkelijke fossielen van Spinosaurus, die aan het begin van de vorige eeuw in Egypte waren gevonden, gingen in de Tweede Wereldoorlog bij een bombardement op München verloren.


Toch waren paleontologen in 2014 redelijk overtuigd van het beeld van een vis etende Spinosaurus. Na tientallen jaren waarin fossielen van diverse spinosauriden in heel Afrika, Azië, Europa en Zuid-Amerika waren ontdekt en bestudeerd, beschouwden ze de spinosauriden als echte visspecialisten, die mogelijk in kustgebieden of aan rivieroevers in ondiep water jaagden. Ibrahims team ontwikkelde dat idee verder, door te stellen dat Spinosaurus goed was aangepast om een groot deel van zijn leven in het water door te brengen.

Jacht op antwoorden
Nadat de nieuwe fossielen beschikbaar kwamen, begonnen Holtz en zijn collega David Hone, paleontoloog aan de Queen Mary University of London, het waadmodel opnieuw te beoordelen, door de anatomie van de dinosauriër opnieuw onder de loep te nemen, van zijn snuit tot het puntje van zijn staart. Het duo controleerde elke eigenschap om uit te zoeken of de dinosauriër zich eerder als een waadvogel of als een actief aquatisch roofdier moet hebben gedragen en of de kenmerken van Spinosaurus aansloten bij een van beide interpretaties.


Op basis van dat onderzoek stellen Hone en Holtz dat de lange, S-vormige hals van Spinosaurus wijst op een roofdier dat vooral aangepast was om zijn prooi van bovenaf te overvallen, hetzij zwemmend aan de oppervlakte, hetzij staand in ondiep water, zoals een reiger. Roofdieren die hun prooi onder water actief achterna jagen, zoals moderne zeeleeuwen, hebben doorgaans een korte, gedrongen hals.


Bovendien hadden de ogen en neusgaten van Spinosaurus zich tijdens hun evolutie niet naar de bovenkant van de schedel verplaatst, wat betekent dat het dier het grootste deel van zijn kop boven water moest houden om te kunnen ademen en zien, zo stelde het duo. De neusgaten van Spinosaurus verplaatsten zich zelfs veel verder naar achteren, wat erop wijst dat de dinosauriër gemakkelijk kon ademhalen als hij zijn snuit langere tijd in het water stak, een positie die zeer geschikt is om prooidieren in ondiep water op te wachten en te overvallen.


De onderzoekers stelden bovendien dat de staart van Spinosaurus het dier weliswaar bij het zwemmen kan hebben geholpen maar waarschijnlijk niet gespierd en efficiënt genoeg was om ermee onder water met enige snelheid achter vissen aan te jagen. “We zijn het eens met het idee dat Spinosaurus door zijn staart bij het zwemmen werd geholpen,” schrijft Holtz. “Maar de efficiëntie ervan was niet groot genoeg om deze dinosauriër als hinderlaagroofdier te typeren, laat staan als een roofdier dat zijn prooi achtervolgt.”