Lichtvervuiling: het belang van een donkere hemel

04-01-2021 08:00

Categorie: Milieu

Lichtvervuiling: het belang van een donkere hemelt

Foto: Sarah Varzideh, Redactie: Amir Mohammad Ashofteh

 

Op steeds meer plekken schijnt 's nachts kunstlicht. Fijn voor wie bang is in het donker, maar een groeiend probleem voor mens en dier.

 

Jaap Kloosterhuis, boswachter van Staatsbosbeheer in het Lauwersmeergebied, loopt voor ons in het aardedonker. En inderdaad, naarmate we langer in deze duisternis zijn, wordt steeds meer zichtbaar. Kloosterhuis, een voormalig aardrijkskundedocent, prikt in de sterrenhemel met zijn virtuele aanwijsstok, een groene laserstraal. 'Die drie sterren op een rij zijn de gordel van Orion.

 

Want we zijn ons er niet zo van bewust, maar het kunstlicht dat wij gebruiken om gebouwen, huizen, straten en kassen te verlichten, straalt kilometers ver weg. In de binnenstad van Amsterdam zijn ongeveer vijftig keer zo weinig sterren te zien als op het platteland van Friesland of Groningen. Maar ook dáár worden de nachten steeds lichter door de oprukkende wijken, bedrijventerreinen, koeienstallen en kassen. 'Het licht van de glastuinbouw in de Noordoostpolder is nog tot in Heerenveen te zien', zegt Kloosterhuis.

 

'Als geluid en stank zo ver zouden reiken, zouden we dat niet pikken. Een vlucht Canadese ganzen vliegt ruim voor zonsopkomst over de kassen bij 's Gravenzande in het Westland. Onderzoek heeft uitgewezen dat kunstlicht invloed heeft op de route van de trek vogels. Licht trekt de vogels aan en kan hun oriëntatie verstoren.

 

Licht, zelfs rood licht, veroorzaakt een achteruitgang in de populaties van bepaalde soorten nachtvlinders. We zijn de duisternis ontwend, weten nauwelijks meer hoe een donkere nacht eruit ziet. De wijde omgeving moet rekening houden met het ‘donkereiland’, zoals Kloosterhuis ‘zijn’ park noemt. ‘Maar het gaat om het doven van onnódig licht,’ zegt hij, ‘licht dat geen duidelijk doel dient.

 

Ook de nachtelijke verlichting van bedrijventerreinen of koeienstallen beschouwt Kloosterhuis als onnodig licht. ‘Eerst was het onbespreekbaar om de armaturen te vervangen door ledlampen. Maar toen de verlichting aan vervanging toe was, ging het ministerie van Defensie overstag. Tientallen partijen, waaronder Rijkswaterstaat, het ministerie van Defensie en de Waddengemeenten, proberen de hoeveelheid vervuilend licht te reduceren.

 

Dat met het oprukkende kunstlicht meer verloren gaat dan alleen de intense beleving van het duister, laat ecoloog Kamiel Spoelstra zien. Sinds 2012 bestudeert hij voor het Nederlands Instituut voor Ecologie in Wageningen de effecten van licht op de natuur. Wie na zonsondergang de proefvelden van Spoelstra bezoekt, krijgt bijna het idee een kunstproject binnen te wandelen. Zo heeft hij met zijn studenten en promovendi dit voorjaar midden in een natuurgebied op de Veluwe, vlak bij het dorp Radio Kootwijk, een rij van vijf lantaarnpalen geplaatst.

 

Zodra de zon ondergaat, floepen daar automatisch één voor één rode ledlampen aan, de eerste midden tussen de bomen, de laatste op een open veld in het bos. ‘Een van de belangrijke dingen die we sinds 2012 hebben ontdekt, is dat de natuur het meest last heeft van blauw licht en het minst van rood licht,’ vertelt Spoelstra. Als ergens lantaarns verschijnen met een veelvoud van de normale hoeveelheid blauw licht, is dat voor de dieren een ‘superprikkel’. Zulke krachtige lichtbronnen verstoren onder meer de navigatie van de dieren, die zich oriënteren op het relatief zwakke natuurlijke licht.

 

In Dark Sky Park Lauwersmeer zijn bezoekers ’s nachts welkom om de duisternis te beleven, zoals hier bij vogelkijkhut De Baak. De effecten van kunstlicht blijven niet beperkt tot insecten. Zo ontdekten Spoelstra en collega’s ook dat mezen eerder gaan broeden onder invloed van kunstlicht, dat muizen minder actief worden in de buurt van lampen en dat licht in het nadeel werkt van relatief traagvliegende vleermuissoorten als de grootoor- vleermuis en de franjestaart. ‘De meeste vleermuizen mijden licht, waarschijnlijk omdat de kans groter is dat ze in het licht door uilen worden gepakt,’ legt Spoelstra uit.

 

‘Maar dat geldt niet voor de gewone dwergvleermuis. Die is erg wendbaar en kan zich wel veroorloven om te snacken rond lantaarnpalen, waar het wemelt van de insecten. ’ In tegenstelling tot de franjestaart en de grootoorvleermuis, komt de dwergvleermuis in de Benelux algemeen voor, zeker in steden. ‘Licht maakt de natuur in het buitengebied dus steeds urbaner,’ aldus Spoelstra.

 

Een recente publicatie van de NIOO-onderzoeksgroep en de Vlinderstichting werpt een nieuw licht op de achteruitgang van insecten. Licht speelt daarbij mogelijk een veel grotere rol dan tot nu toe gedacht, schrijven de onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology. De alarmerende berichten over de achteruitgang van insecten betreffen vooral de vliegende soorten, in mindere mate de zwemmende, kruipende of gravende. Die vliegende insecten zijn ook bij uitstek de soorten die worden aangetrokken door kunstlicht.

 

Door nauwkeurig naar motten te kijken in de buurt van lantaarnpalen, hebben de onderzoekers aangetoond dat licht, zelfs rood licht, daadwerkelijk een achteruitgang veroorzaakt in de populaties van bepaalde soorten nachtvlinders. ‘Het is een eerste harde aanwijzing dat lichtvervuiling een belangrijkere rol speelt in de terugloop van insecten dan gedacht,’ zegt Spoelstra. ‘Tel daarbij op dat licht bijvoorbeeld ook de schaarsere vleermuissoorten benadeelt, en je begrijpt dat licht in de natuur echt niet onschuldig is. ’ De bevindingen van Spoelstra werden eerder dit jaar onderschreven door een grote, internationale literatuurstudie.

 

In het tijdschrift Biological Conservation inventariseerden de Amerikaanse ecoloog Brett Seymoure en collega’s wetenschappelijke publicaties over de effecten van licht op natuur. ‘De sterfte onder insecten bij een kunstmatige lichtbron kan binnen één nacht al rond de dertig procent liggen,’ aldus Seymoure. ‘Behalve de directe sterfte van insecten rond sterke kunstlichtbronnen, is er ook een effect op de voortplanting Licht verstoort de geurstoffen die insecten uitscheiden om het andere geslacht te vinden.’ In Nederland loopt het onderzoek van Spoelstra voorlopig door.

 

‘Als ergens kunstlicht verschijnt, gaat dat niet zomaar weer weg. Dus is het ook zaak vast te stellen wat de subtiele effecten op lange termijn zijn,’ zegt hij. De natuur heeft er immers meetbaar last van, aldus Spoelstra. Op donkere locaties is de Melkweg in het vroege voorjaar nog net zichtbaar, maar lichtvervuiling belemmert dit zicht.

 

Op de afsluitdijk hebben de wegbeheerders het licht op een wel heel bijzondere manier uitgezet. Sinds 2017 zijn de gebouwen waarmee aan weerszijden van de dijk de spuisluizen worden bediend, gerenoveerd en door Studio Roosegaarde voorzien van minuscule reflecterende prisma’s. Ze accentueren de belijning van de gebouwen die in de jaren dertig werden ontworpen door Dirk Roosenburg, grootvader van architect Rem Koolhaas. ‘Maar ’s nachts is dit het meest reflecterende materiaal dat we konden maken zonder dat het verblindend wordt.

 

Zo wordt de weg verlicht door de reflectie van koplampen van passerende auto’s en zelfs van fietslampen, zonder dat er één lantaarnpaal aan te pas komt. Roosegaarde heeft het werken met licht tot zijn handelsmerk gemaakt. ‘Tegelijk is werken met licht voor mij een manier om mensen hiervan bewust te maken. Het is eigenlijk heel vreemd dat we accepteren dat heel veel mensen niet meer weten hoe een rijke sterrenhemel eruitziet.

 

Met behulp van biologisch afbreekbare, fluorescerende inkt op de bast laat hij bomen overdag licht opslaan. Aan het begin van de nacht geven ze enkele uren lang weer een heel zwak licht af, waardoor het ‘natuurlijke lantaarnpalen’ worden. Zo wil het team van ecoloog Kamiel Spoelstra vaststellen welk gedrag vleermuizen vertonen rond verschillende kleuren licht. ‘Sterk genoeg om zichtbaar te zijn, maar zwak genoeg om geen lichtvervuiling te veroorzaken,' aldus Roosegaarde.

 

De ontwerper benadrukt dat hij zijn inspiratie vooral uit de natuur zelf haalt. Voor de tentoonstelling Glowing Nature, die nu over de wereld reist, kweekte hij zeevonk, lichtgevende algen. Met behulp van kunstlicht keerde hij hun dag-nachtritme om, zodat ze overdag licht geven wanneer je ze aanraakt. ‘Dit zijn organismen die al zevenhonderd miljoen jaar bestaan en die, anders dan wij, extreem efficiënt met licht omgaan,’ zegt Roosegaarde.

 

Niet door simpel knip-en-plakwerk, maar door knip-en-pas-aan. Hoe kunnen wij anders met licht omgaan, zodat we het recht op duisternis niet ondermijnen?’ In 2025 verwacht Roosegaarde in samenwerking met de Europese Ruimtevaartorganisatie een haast ultiem lichtontwerp te presenteren. Een georkestreerde regen van vallende sterren als alternatief voor het licht- en luchtvervuilende vuurwerk met oud en nieuw. ‘Onmiskenbaar een vos die aan zijn soortgenoten laat weten waar hij zit.

 

’We kijken door de boomkronen opnieuw naar de sterren. Niet het product van de ‘opruimsatellieten’, dit zijn échte vallende sterren. Even zijn we totaal verblind.