Prehistorisch bloedbad roept meer vragen dan antwoorden op

15-03-2021 08:00

Categorie: Geschiedenis

Prehistorisch bloedbad roept meer vragen dan antwoorden op

Foto: Yasamin Varzideh, Redactie: Akira van der Meer

 

Archeologen gingen ervan uit dat 6200 jaar geleden een hele familieclan met geweld was omgebracht, maar uit het grootste DNA-onderzoek dat tot nu toe naar zo’n bloedbad is uitgevoerd, blijkt iets anders.

Sommige slachtoffers van het prehistorische bloedbad bij Potočani waren met meerdere slagen tegen de schedel omgebracht. Maar uit nieuwe DNA-analyses die nu in het tijdschrift PLOS ONE zijn gepresenteerd als het grootste genetische onderzoek naar een prehistorisch bloedbad tot nu toe. Het blijkt dat het merendeel van de slachtoffers niet met elkaar verwant was. “We weten het gewoon niet.” En ondanks enkele duidelijke archeologische aanwijzingen die in de nabijheid zijn gevonden, denkt hij niet dat het antwoord ooit zal worden achterhaald.


Graven onder een garage
De experts werden erbij geroepen en namen aanvankelijk aan dat de resten behoorden tot slachtoffers van een recent conflict, mogelijk de Tweede Wereldoorlog of de Balkanoorlog in de jaren negentig. Op basis van de datering, de locatie en het type aardewerk dat was gevonden, concludeerden de onderzoekers dat de slachtoffers behoorden tot de Balaton-Lasinja-cultuur uit de Kopertijd. Uit eerder onderzoek naar dat graf is gebleken dat de Balaton-Lasinja-cultuur bestond uit veehoeders die hun vee met het wisselen van de seizoenen naar verschillende graasweiden voerden. Bioarcheologisch onderzoek van het graf bij Potočani toonde aan dat het bij de slachtoffers om 21 mannen en 20 vrouwen ging, waaronder volwassenen met leeftijden tot vijftig jaar, adolescenten en kinderen van niet meer dan twee jaar oud.

Al snel werd duidelijk dat ze allerminst een natuurlijke dood waren gestorven. Bij drie volwassen mannen, vier volwassen vrouwen en zes kinderen werden dodelijke verwondingen aan de zij- of achterkant van de schedel gevonden, die het gevolg waren van de inwerking van stompe voorwerpen en steek- en slagwapens. De zware verwondingen waren vermoedelijk toegebracht met wapens of werktuigen, mogelijk stenen bijlen en knuppels of metalen gereedschappen. Op de vindplaats werden geen moordwapens gevonden, maar alles wijst erop dat de verwondingen gedurende één gewelddadige gebeurtenis waren toegebracht.

“Voor de meeste slachtoffers was één slag voldoende,” zegt Novak. “Maar er zijn twee of drie personen die vier verwondingen aan de schedel vertonen.

Gewelddadige geschiedenis
Duidelijk was dat dit bloedbad niet het gevolg was van oorlogvoering, want massagraven die het resultaat zijn van veldslagen bevatten doorgaans alleen volwassen en jongvolwassen mannen, geen vrouwen en kinderen. Ook zagen de onderzoekers geen verwondingen in het gezicht of de onderarmen van de slachtoffers, die ontstaan wanneer mensen zich instinctief proberen te beschermen tegen aanvallen. Waarschijnlijk waren de handen van deze mensen vastgebonden en mogelijk stierven ze geknield of gehurkt. “Ze verdedigden zichzelf niet,” zegt Novak.

In de hoop meer te weten te komen over de slachtoffers van Potočani ontrafelde het onderzoeksteam het DNA van 38 individuen uit het graf. Het waren de Anatoliërs die zo’n 8500 jaar geleden de landbouw in Europa introduceerden, en enkele duizenden jaren later leefden hun afstammelingen als veehoeders op de Balkan. Hoewel enkele van de slachtoffers direct aan elkaar verwant waren bij het DNA-onderzoek werd bijvoorbeeld een man met zijn twee dochters en zijn neef geïdentificeerd, terwijl zeventig procent van de personen dat niet waren. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat de slachtoffers deel uitmaakten van een grotere groep die uit talloze families bestond.

Een aardewerken kruik die in het massagraf werd gevonden, is kenmerkend voor de Balaton-Lasinja-cultuur uit de Kopertijd.

Spookbeeld
Volgens Biers is uit haar onderzoek naar archeologische vindplaatsen in zowel Noord- als Zuid-Amerika gebleken dat mensen die in genetisch opzicht niet direct aan elkaar verwant waren, op grond van hun bezigheden toch hechte sociale groepen konden vormen, bijvoorbeeld van vissers, boeren of ambachtslieden. De sociale samenhang van deze groepen “blijkt echter niet uit het genetisch materiaal,” zegt Christiana Scheib, een archeologe van de University of Cambridge die is gespecialiseerd in prehistorisch DNA maar niet bij het nieuwe onderzoek was betrokken. Maar tot dusver is het graf bij Potočani een geïsoleerde vondst en zijn er geen naburige nederzettingen gevonden. “We hebben geen enkel spoor gevonden van de mensen die deze wreedheid hebben begaan,” zegt Novak.

Het is zelfs mogelijk dat daders en slachtoffers tot dezelfde bevolkingsgroep behoorden. Daarbij zou er na een periode van droogte schaarste zijn ontstaan en er vervolgens conflicten zijn uitgebroken. Maar in Potočani “hebben we geen enkele indicatie voor klimatologische veranderingen in dit tijdperk,” zegt Novak.

Archeologen gingen ervan uit dat 6200 jaar geleden een hele familieclan met geweld was omgebracht, maar uit het grootste DNA-onderzoek dat tot nu toe naar zo’n bloedbad is uitgevoerd, blijkt iets anders.

Sommige slachtoffers van het prehistorische bloedbad bij Potočani waren met meerdere slagen tegen de schedel omgebracht. Maar uit nieuwe DNA-analyses die nu in het tijdschrift PLOS ONE zijn gepresenteerd als het grootste genetische onderzoek naar een prehistorisch bloedbad tot nu toe. Het blijkt dat het merendeel van de slachtoffers niet met elkaar verwant was. “We weten het gewoon niet.” En ondanks enkele duidelijke archeologische aanwijzingen die in de nabijheid zijn gevonden, denkt hij niet dat het antwoord ooit zal worden achterhaald.