Stoppen met biomassa brengt klimaatdoelen in gevaar

26-07-2020 08:00

Categorie: Economie

Stoppen met biomassa brengt klimaatdoelen in gevaar

Foto: Sabrine el Alami, Redactie: Dylan Meijer

 

De Sociaal Economische Raad (SER), een belangrijk adviesorgaan van het kabinet, vindt dat Nederland moet stoppen met het gebruik van houtige biomassa om stroom en warmte op te wekken. Een aantal specialisten heeft grote twijfels over dit advies en denkt dat dit het halen van klimaatdoelen juist moeilijker maakt.

 

Het gebruik van houtachtige biomassa voor het opwekken van stroom en warmte voor gebouwverwarming krijgt al geruime tijd kritiek. Volgens tegenstanders leidt het tot veel CO2 en stikstof. Volgens de SER zou het kabinet er goed aan doen ermee te stoppen.

 

Er zijn alternatieven die volgens het adviesorgaan binnen afzienbare tijd kunnen worden ingezet, waarbij wordt gedacht aan hernieuwbare bronnen, zoals geothermie (aardwarmte), aquathermie (warmte uit water), wind- en zonne-energie.

 

Statistiekbureau CBS schat dat momenteel 3 procent van de energie die wordt gebruikt voor warmte, afkomstig is van biomassa op basis van hout. Bij stroom ligt dat op ongeveer 2 procent.

 

Eerder is al besloten om over een aantal jaren te stoppen met het bijstoken van biomassa voor elektriciteitsproductie. Nu moet dus ook het gebruik van biomassa voor warmte snel terug naar nul, vindt de SER, die daar in de Tweede Kamer steun voor vindt.

 

Wetenschappers zijn zeer kritisch

Maar er zijn grote twijfels of er op korte termijn wel genoeg energie kan worden gehaald uit de eerdergenoemde alternatieven. Een groep wetenschappers, onder wie diverse hoogleraren, schreef een brief aan het adviesorgaan, waarin zij hun bezwaren kenbaar maakten.

 

"Wij maken ons zorgen over het effect van uw advies op verduurzaming van de energievoorziening en op de aanpak van het klimaatprobleem." Zo vinden ze dat de SER-adviseurs een veel te optimistisch beeld hebben van de andere energiebronnen.

 

"Bij warmte zijn de alternatieven er ons inziens niet, of ze kosten te veel geld. Het vergt nog tenminste tien tot twintig jaar voordat een aantal van deze alternatieven technisch-economisch op grotere schaal inzetbaar is." Bovendien is er volgens hen onduidelijkheid over hoe duurzaam geo- en aquathermie eigenlijk zijn.

 

Zon- en windenergie kennen ook beperkingen

Ook aan het opwekken van stroom door zon en wind kleven nadelen, vindt de groep. "Aan de mogelijkheden hiervan en aan de snelheid waarmee zon- en windvermogen kunnen worden uitgebouwd, zitten grenzen." Ze wijzen er bovendien op dat de zon niet altijd schijnt en de wind niet altijd waait, terwijl biomassa wel altijd beschikbaar is.

 

Daar voegen de wetenschappers aan toe dat de eisen voor het gebruik van biomassa erop zijn gericht dat de CO2 die vrijkomt bij de verbranding ervan, wordt hergebruikt, wat prima past in een circulaire economie. "We vrezen dat de aanpak van het klimaatvraagstuk in ons land door uw advies onnodig wordt bemoeilijkt en vertraagd", besluiten ze.

 

Martien Visser is lector Energietransitie aan de Hanzehogeschool Groningen en vraagt zich ook af of extra zonnepanelen en windmolens voor genoeg energie kunnen zorgen om biomassa op korte termijn in de ban te kunnen doen.

 

"We hebben tot 2030 een grote uitdaging op het gebied van zon en wind, terwijl de netwerken het nu al niet of nauwelijks aankunnen. Bovendien komt de hernieuwbare stroom ons over tien jaar in Noordwest-Europa bij wijze van spreken al de oren uit, zodra het lekker waait en de zon schijnt."

 

Om toch aan de CO2-doelstelling in 2030 te kunnen voldoen, ziet hij meer in het extra opvangen en onder de grond opslaan van CO2 tegen die tijd. Daar is in het huidige klimaatakkoord al een doelstelling over opgenomen, maar die zou wat hem betreft, relatief eenvoudig, wat verder omhoog kunnen.

 

De meningsverschillen over het gebruik van houtige biomassa zorgen voor onzekerheid in het bedrijfsleven. Zo twijfelt energieleverancier Vattenfall over de plannen om in Diemen een centrale te bouwen voor biomassa. Het bedrijf wil eerst duidelijkheid van de politiek voordat een definitieve beslissing over de bouw wordt genomen, zei directeur Martijn Hagens onlangs tegen Het Parool.