Zesduizend jaar oude pijlen duiken op uit smeltend Noors ijs

06-01-2021 08:00

Categorie: Geschiedenis

Zesduizend jaar oude pijlen duiken op uit smeltend Noors ijs

Foto: Nina van Ooijen, Redactie: Colin van Beek

 

Een archeoloog onderzoekt een houten pijlschacht die uit het ijsveld van Langfonne in Noorwegen is opgedoken. Archeologen in Noorwegen hebben in een 24 hectare groot ijsveld op een helling in de Noorse bergen tientallen pijlen ontdekt, waarvan sommige zesduizend jaar oud zijn. Het langzaam ontdooiende ijsveld van Langfonne werd in 2014 en 2016 gedurende twee uitzonderlijk warme zomers bezocht door archeologen, die er ook grote aantallen rendierbotten en -geweien vonden, wat erop wijst dat jagers in de loop der millennia op dit ijsveld actief zijn geweest. In totaal werd een uniek aantal van 68 complete en gedeeltelijke pijlen gevonden op en rond het ontdooiende ijsveld, meer dan archeologen op enige andere bevroren vindplaats in de wereld hebben ontdekt.

 

Vanuit een helikopter is de bovenlaag van het wegsmeltende ijsveld van Langfonne te herkennen. Onderzoekers schatten dat het ijsveld tegenwoordig de helft kleiner is dan in de late jaren negentig en tienmaal zo klein als in de Kleine IJstijd, de periode van circa 1300 tot en met het begin van de negentiende eeuw waarin de gemiddelde temperatuur op aarde uitzonderlijk laag was.

 

Ijzige 'tijdmachine'?
Langfonne zelf was een van de eerste ijsvelden die de aandacht van archeologen trok, toen een plaatselijke bergwandelaar in de zomer van 2006 een 3300 jaar oude schoen aan de rand van het ijsveld zag liggen en zijn vondst meldde bij archeoloog Lars Pilø, nu onderzoeker bij de oudheidkundige dienst van de provincie Innlandet en een van de auteurs van de nieuwe studie. In tegenstelling tot een gletsjer, feitelijk een langzaam stromende rivier van ijs, is een ijsveld een onbeweeglijke afzetting van sneeuw en ijs die in de loop der tijd aangroeit en wegsmelt. Dat betekent dat de oudste voorwerpen in de diepste lagen van een ijsveld worden aangetroffen, zoals archeologen ook voorwerpen in aardlagen vinden die ouder zijn naarmate ze dieper onder de grond liggen. Als de in het ijs gevonden voorwerpen nog altijd op de plek lagen waar ze lang geleden verloren gingen of werden achtergelaten, zo meenden archeologen, dan zouden ze veel kunnen vertellen over de activiteiten van de plaatselijke bevolking van het gebied, over de grootte die een ijsveld op specifieke momenten in de prehistorie had en over het aangroeien en slinken van het veld.

 

Maar nadat de onderzoekers alle pijlen aan koolstofdatering hadden onderworpen en nog tientallen andere dateringen konden ontlenen aan de rendierbotten die op het ijs waren gevonden, beseften ze dat de ‘tijdmachine’-hypothese onbetrouwbaar was, althans voor het Langfonne-ijsveld. Maar de oudste voorwerpen uit het Langfonne-ijsveld, die uit het Neolithicum stammen, waren verbrokkeld en sterk verweerd, alsof ze door bewegend ijs waren meegevoerd en jarenlang aan zon en wind waren blootgesteld. Pijlen uit perioden die duizenden jaren uit elkaar lagen, werden dicht bij elkaar aan de rand van het ijsveld gevonden. “Het idee dat je de oudste bewijzen daar vindt waar het ijsveld ooit kleiner was, blijkt niet te kloppen,” zegt archeologe Rachel Reckin van de Montana State Parks, die geen deel uitmaakte van het onderzoeksteam.

 

Volgens medeauteur Atle Nesje, glacioloog aan de Universiteit Bergen, zijn de oudere voorwerpen duizenden jaren geleden waarschijnlijk in warme zomers weer aan de oppervlakte gekomen, daarna door stroompjes smeltwater naar de rand van het ijsveld verplaatst en vervolgens weer in de sneeuw begraven en bevroren. Ook kunnen ze zijn verplaatst door het gewicht van het ijs dat op de onderste lagen van het ijsveld rustte. De lichte houten pijlschachten kunnen bovendien bij harde wind over het ijsveld zijn geblazen, waarna ze tussen rotsen bleven steken en opnieuw door de sneeuw werden bedekt. Dat betekende dat de onderzoekers de omvang van het ijsveld in het verre verleden niet konden vaststellen aan de hand van de ouderdom van de pijlen en de plekken waar ze waren gevonden.