Zo krijgen onze beken hun bochten terug

01-03-2021 08:00

Categorie: Milieu

Zo krijgen onze beken hun bochten terug

Foto: Nina van Ooijen, Redactie: Iza Oosterbosch

 

In Nederland en België werden veel beken vorige eeuw gekanaliseerd voor een snelle waterafvoer. Ze worden nu weer uit hun strakke keurslijf bevrijd en mogen opnieuw meanderen.

 

Al jaren werkt Waterschap Hunze en Aa’s samen met andere overheden en natuurorganisaties aan het terugbrengen van de bochten in de beek, om zo een te snelle waterafvoer te voorkomen en de biodiversiteit rond de stroom terug te brengen. ‘Hoe vind je het?’ vraagt Jeroen Duiven terwijl hij zijn shag rolt. De hele dag heeft hij met een graafmachine stukken boom in de wand geduwd van een vrijwel droogstaand deel van de Ruiten Aa, een beek in Oost-Groningen. Schollema, aquatisch ecoloog van Waterschap Hunze en Aa’s, draait zich naar mij toe.

‘We houden het waterpeil van de beek nu nog even laag,’ vertelt hij. Dan krijg je een schuilplaats voor vissen en waterinsecten, en stroomversnellingen en -vertragingen. Tot in de jaren tachtig werden beken overal in Nederland gekanaliseerd, om het water uit een gebied snel te kunnen afvoeren. Ook werden er veel watergangen bij gegraven om het land verder te draineren.

Gaandeweg bleek echter veel van de biodiversiteit in en rond de beken te verdwijnen. Benedenstrooms ontstaat er in de herfst en winter juist wateroverlast door overvloedige neerslag. De beek kreeg onder meer een rechte loop met steile oevers. Door de verbeterde waterkwaliteit gedijen nu ook insecten als schaatsenrijders en schrijvertjes.

Ook het Waddenfonds levert een flinke bijdrage, want de beek mondt via de Westerwoldse Aa uit in de Dollard en is een belangrijke trekroute voor vissen die migreren tussen zout en zoet water, zoals paling, bot en rivierprik. ’ Op sommige stukken heeft hij schapen, geiten en koeien staan, op andere verbouwt hij granen. Als er te veel water op het land staat, brengt hij zijn vee naar hogergelegen percelen. ‘Ik krijg goede prijzen voor mijn biologische producten.

Het dal, dat drie beken herbergt, verbindt de rand van de Veluwe met de uiterwaarden van de Nederrijn bij Doorwerth en Renkum. De laatste jaren zijn veel van de kronkels in de beken teruggebracht. De zwarte fourwheeldrive van ecoloog Schollema zet koers naar Nationaal Park Drentsche Aa, tussen Assen, Gieten en Haren, zo’n dertig kilometer ten westen van de Ruiten Aa. Schollema, in zijn groene outfit meer een boswachter dan een waterschapsambtenaar, beent naar de nieuwe houten brug over het Deurzerdiep.

‘Ze komen uit beken in de Drentsche Aa die nooit zijn rechtgetrokken. Ook in België mogen beken weer meanderen, al zijn de werkzaamheden er minder grootschalig. Onlangs werd in Belgisch-Limburg een twee kilometer lang traject van de Zwarte Beek hersteld, een dertig kilometer lange laaglandbeek die begint ten oosten van het Kempens Plateau en via de rivier Demer afwatert op de Schelde. Op een grote kaart in Bezoekerscentrum De Watersnip laat Jan Kenens van Natuurpunt zien hoe de beek rechte lijnen trekt door agrarisch gebied en dan meandert door een aangrenzend militair oefenterrein.

‘Daar is de beek het mooist en oorspronkelijkst,’ zegt hij. ‘Soms zijn zulke oefenterreinen goed voor de natuur. De wolvin Naya, die even door Nederland liep en helaas is afgeschoten, verbleef hier lange tijd. Op een warme nazomermiddag wandelen we langs het herstelde traject van de Zwarte Beek.

Er is een stuw verwijderd en er is een vispassage aangelegd, en de oude bochten zijn teruggebracht. De oevervegetatie heeft zich snel hersteld, vertelt Kenens. Op de foto rechts is onder het rechtgetrokken deel van de beek te zien en boven het herstelde. In welke mate de ‘hermeandering’ tot dat succes heeft bijgedragen, is volgens Kenens moeilijk te zeggen.

De waterkwaliteit is de laatste jaren namelijk aanzienlijk verbeterd, doordat meer huizen in de omgeving zijn aangesloten op het riool. ‘De droogte van de afgelopen zomers heeft ook hier enorme gevolgen gehad. Ik denk dat de watersnip een van de klimaatkanaries is die naar het noorden opschuift. In Nederland is zo’n 2300 kilometer beek inmiddels hersteld, meldde het Planbureau voor de Leefomgeving in april 2020.

De herstelde beken mogen er dan vaak aantrekkelijk uitzien en gewenste beeksoorten als weidebeekjuffer en serpeling aantrekken, toch blijven de waterkwaliteit en biodiversiteit achter bij de verwachtingen. De afgelopen jaren heeft de Hierdense Beek in Gelderland haar oude loop teruggekregen en werd de waterkwaliteit sterk verbeterd. Daardoor komen nu ook weer typische waterplanten voor als de grote waterranonkel, die op het oppervlak een spectaculaire deken vormt van witte bloemetjes met een gele kern. Beekherstel kun je op veel manieren invullen, zegt Frank van Gaalen van het PBL.

‘Vaak krijgt een beek niet echt de ruimte, bijvoorbeeld omdat er kostbare landbouwgrond naast ligt. ’ De waterschappen zijn daartoe ook wettelijk verplicht. Laten ze het peil te veel los en overstromen landbouwpercelen, dan riskeren ze een boete. Een groot deel van de beek blijft daardoor toch gestuwd of heeft een te laag waterpeil.

In zijn werkkamer aan de Wageningen University & Research spreek ik beekexpert Piet Verdonschot, hoofd van de kennisgroep zoetwatersystemen. Al veertig jaar onderzoekt hij beken, speurend naar mogelijkheden om ze te herstellen. De zoetwaterecoloog gaat er vaak met studenten naartoe om uit te leggen hoe een beek werkt. ‘Een beek moet altijd stromen.

‘Door de droogte sterven de planten en dieren, bij waterpieken worden ze ruw met de stroom meegesleurd. Veel herstelde beken in Nederland staan nog altijd bloot aan die enorme fluctuaties. ’ De Hierdense Beek op de Veluwe bijvoorbeeld, die onlangs is hersteld en waar de beekprik voorkomt, stond in 2018 en 2019 vijf maanden lang droog. Hetzelfde geldt voor delen van de Renkumse Beek.

Aan de Tungelroyse Beek in Limburg ligt de Leumolen, een graan-, olie- en watermolen. Piet Zegers is vrijwilliger en is vaak aanwezig om bezoekers te laten zien hoe de beek vroeger werd gebruikt om graan of olie te verwerken. In twaalf jaar tijd is in totaal dertig kilometer van de beek gesaneerd en opnieuw ingericht – een van de grootste beekherstelprojecten in Nederland ooit. Een ander probleem is dat er niet genoeg biotoop is voor beeksoorten, aldus Verdonschot.

Bij het onderzoek naar beekherstel is volgens hem onvoldoende rekening gehouden met de habitat in en rond de beek. Terwijl een beek ook altijd omgeven moet zijn met struiken en bomen. Blad is dé energiebron van de beek. ’ Bladeren en de afbraakproducten ervan zijn een belangrijke voedselbron voor veel organismen – zoals waterinsecten, die op hun beurt worden gegeten door vissen.

Verder blijft het beekwater in de boomschaduw ’s zomers koel, wat de groei van waterplanten en algen, die de beek kunnen verstikken, beperkt. ‘Als je de beek zo inricht, gaat het hele beekdal functioneren als een spons. ’ Waterschap Limburg heeft het idee als eerste omarmd. De provincie kampt sinds 2010 met wateroverlast en droogte, en er zijn plannen voor een grondige aanpak van het waterbeheer.

Op een druilerige herfstdag rijd ik in een witte mini naar de Tungelroyse Beek, die ontspringt aan de oostkant van het Kempens Plateau in Belgisch-Limburg en uitmondt in het Nederlandse deel van de Maas. Vanaf 1999 is de beek over een lengte van dertig kilometer hersteld. Verdonschot wijst op de smalle stroken ruig land van Staatsbosbeheer langs de beek, waar nu een aantal runderen grazen tussen de opgeschoten bosjes. ‘De beek heeft eigenlijk veel meer overstromingsruimte nodig,’ zegt Verdonschot.

‘Daar ligt de oorspronkelijke flank van de beek. Dat kan zo blijven, zegt de ecoloog, maar dan moet de boer wel zijn landbouw extensiveren, een overstroming op de koop toe nemen en het gebruik van bestrijdingsmiddelen en kunstmest achterwege laten, om de flora en fauna in de beek te sparen. Alleen op de flanken is plek voor intensieve landbouw, zegt De Jong. Het Limburgse plan is ambitieus en heeft verstrekkende gevolgen voor boeren met percelen die grenzen aan de beek.

‘We hebben nu al veel meer overstromingen gehad dan het waterschap op basis van zijn modellen had voorspeld. In juni 2016 ging mijn hooi verloren doordat het gras overstroomde, vlak voor het zou worden gemaaid. ’ Ook vraagt hij zich af of dat water wel goed is voor de landbouwgrond. ‘Wij krijgen hier het vieze water uit België, en uit Weert, waar er door nieuwbouwwijken juist steeds meer verhard oppervlak bij is gekomen.

De beken in het Renkums Beekdal, ten westen van Arnhem, werden ooit rechtgetrokken om proceswater van de papierindustrie af te voeren. Zo’n vijftien jaar geleden zijn ze hersteld. Het werk neemt volgens hen alleen maar toe door de grote stikstofneerslag. Ook Jan Visser, die boert langs de Rijdtbeek, een zijtak van de Tungelroyse Beek, heeft zijn bedenkingen.

Hij teelt schorseneren en heeft grasland waarop jonge koeien grazen. Daarom willen de provincie en het waterschap de agrariërs in de bufferzone eenmalig compenseren voor een lagere oogst. Jansen denkt dat de kosten daarvan even hoog zullen zijn als bij traditioneel beekherstel, waarbij smalle gebieden langs de beek worden aangekocht. Wij vragen ons af of je een beek wel kunt reguleren zonder stuwen,’ aldus Van Dijck.

De stuw bij het dorpje Baexem, in Midden-Limburg, staat al een tijd op de nominatie om te worden verwijderd, zodat de beek nog natuurlijker wordt. Wekelijks doet hij een rondje over zijn land om te controleren of alles in goede staat verkeert. Ook op andere plekken hoeven boeren langs de Tungelroyse Beek voorlopig niet te vrezen.

Terug naar de Drentsche Aa. We struinen door hoog gras naar het Gasterense Diep, een beek die nooit is rechtgetrokken. Naarmate we dichter bij de beek komen, wordt de grond onder onze voeten steeds natter. Die heeft het bovenstroomse deel van de beek veranderd in een moeras.